| Kunstsubsidies |
| Geschreven door Wijbrand Schaap | |||||||
| woensdag 20 oktober 2004 | |||||||
Over Botho Strauss en de kunstsubsidies,,Als er niet een paar schilderijen bestonden, die we van tijd tot tijd weerzien, waarvoor we stil kunnen houden en kunnen wachten, als er niet een paar boeken waren, die we van tijd tot tijd herlezen, als er niet zoiets zou zijn als de wederkeer van de werken, hun vergevende glimlach, dan zou ons leven nog meer afscheid, nog meer scheiding, nog meer uitwissing en vergeten kennen. Er is nu eenmaal helemaal niet veel, aan belangrijks, dat we in het leven meer dan eens mogen doen.” Jarenlang heb ik gewild dat ik deze woorden had mogen bedenken. Eigenlijk sinds het moment dat ik ze voor het eerst hoorde in Trilogie van het Weerzien van Botho Strauss. Een toneelstuk dat alleen vanwege de titel al tot mijn verbeelding sprak. Ik was tweeëntwintig en dus net bezig met het opmaken van mijn jeugdtestament, al hoorde Boudewijn de Groot al lang niet meer tot onze favorieten in het midden van de jaren tachtig. Maar voor een twintiger met kunstambities zijn de woorden die Botho Strauss in de mond van een miskende schrijver legde, niet minder dan orakelspreuken. Meer waar dan wat dan ook. Ik hoorde ze laatst opnieuw, toen dezelfde regisseur als destijds, Lucas Vandervost, ze liet horen in een nieuwe versie van het ultieme seventies-stuk, nu door Toneelgroep De Tijd. Het was toevallig in dezelfde periode, dat VVD-kamerlid Bot in de Volkskrant schreef dat het maar eens afgelopen moest zijn met die podiumkunstsubsidies. Een paar dagen later mocht toplobbyiste Ellen Walraven van 't Barre Land met hem de degens kruisen in Spijkers met Koppen, op Radio 2. Het was een herhaling van zetten. Zoals de discussie over podiumkunstsubsidies iedere paar jaar opnieuw de kop opsteekt, zo hebben de podiumkunstenaars steeds weer opnieuw hun argumenten klaar liggen. De discussie is zelfs zo vaak gevoerd dat de podiumkunstenaars soms hun belangrijkste argumenten vergeten te noemen. ging men nauwelijks in op het woord 'vrijetijdsbesteding', dat meneer Bot in de mond nam toen hij het had over concerten van het Concertgebouworkest of voorstellingen van Toneelgroep Amsterdam. En Walraven maar weer braaf roepen dat het bezoeken van kunst geen vrijetijdsbesteding is, maar een activiteit gericht op verrijking van de ziel. Ik ben het ermee eens, maar kom daarmee maar eens aan bij zo'n VVD'er. Die begint al te schateren voor je uitgesproken bent. Het is nu eenmaal een gegeven dat het verdedigen van kunst in een door populisten geregeerde samenleving onbegonnen werk is. toen kwamen die woorden van Botho Strauss bij me op. Woorden die voor mij altijd het bestaansrecht van kunst hadden bewezen: die paar schilderijen, die paar boeken die we van tijd tot tijd herlezen. Mooi melancholisch, vond ik ze. Kunst als blik op de eeuwigheid. Maar toen werd het opeens donker in mijn hoofd. Want juist die nadruk op het monumentale is wat de discussie over podiumkunsten heeft verziekt. De antisubsidielobby wil namelijk best subsidie geven aan monumentenzorg. Dat vinden ze belangrijk, omdat er tenslotte al zo weinig is, aan belangrijks, dat we in het leven meer dan eens mogen doen. En juist dat subsidiëren van monumenten is wat zorgt voor stilstand. Stilstand in de kunst is stilstand in de hoofden van de mensen. Natuurlijk moeten we allemaal het geheugen fris houden, maar als we niets nieuws meer toevoegen aan wat er al is, valt er op den duur niets meer te herinneren. Zoals het weerzien met Strauss' Trilogie voor mij gemengde gevoelens opriep, en ik kort daarna het absoluut onherhaalbare evenement van Jeroen Brouwers' Bezonken Rood op het toneel meemaakte, zo kwam opeens de gedachte op dat Strauss het helemaal bij het verkeerde eind had. Het leven is inderdaad grotendeels afscheid, scheiding, uitwissing en vergeten. Goddank. Maar gelukkig zijn er een paar dingen, aan belangrijks, die we in die tijd slechts één keer hebben mogen meemaken. Gebeurtenissen die ons er inderdaad aan herinneren dat het leven grotendeels al die nare dingen is. En die eenmalige dingen, die ook vooral eenmalig moeten blijven, omdat ze je in het hier en nu buiten de tijd hebben geplaatst, zijn meestal een concert of een theatervoorstelling. Goddank zijn die er nog. We kunnen die niet genoeg subsidiëren, omdat we anders alleen maar de constante wederkeer van de stoffige schilderijen en eeuwig herlezen boeken zouden hebben. Verschenen in het UN/AC van 21 oktober 2004
Powered by !JoomlaComment 3.26
3.26 Copyright (C) 2008 Compojoom.com / Copyright (C) 2007 Alain Georgette / Copyright (C) 2006 Frantisek Hliva. All rights reserved." |
|||||||