Wat gebeurt er met het dressoirtje van Ton Lutz?
(1919 – 2009)
Door Wijbrand Schaap
Cultureel Persbureau – Het was
een niet eens zo groot dressoirtje in de werkkamer van Ton Lutz, op
de zolder van zijn huis aan de Leidsegracht in Amsterdam. Op dat
dressoirtje stonden zijn herinneringen: foto's, cadeautjes, een
enkele prijs, beeldjes en boekjes. Toen ik als relatief jonge
journalist door de grootste acteur van Nederland naar die zolder werd
uitgenodigd voelde dat als een grote eer. Zeker toen ik zijn
fotoalbums mocht bekijken. Ik was er zo door van mijn stuk dat ik
vergat om mijn recorder goed in te stellen. De opname, na twee uur op
die Amsterdamse zolder, was mislukt. Ik moest alles uit mijn hoofd
opschrijven.
'Net goed', zou Lutz gezegd hebben,
zonder direct boos te worden, maar dat was al genoeg om toch een
beetje bang te zijn. Maar ik wist ook dat hij een complimentje zou
geven als hij merkte dat ik het gesprek uit mijn hoofd had weten na
te vertellen. Later kwam ik erachter dat iedere gast naar die
zolderkamer werd genood, en dat Lutz ook iedere gast datzelfde gevoel
van exclusiviteit kon geven bij het doorbladeren van zijn fotoboeken
als hij mij gegeven had. Lutz was tenslotte een Groot Acteur.
Iedere mens is aan het eind van zijn
leven uiteindelijk niet meer dan de verzameling door hem zelf in
stand gehouden anekdotes, en voor acteurs geldt dat in hoge mate. Een
onvermijdelijk noodlot, maar ik gun Ton Lutz een betere
nagedachtenis.
Want aan het eind van zijn leven was
hij natuurlijk ook de man die het 'denkende acteren' in Nederland
had ingevoerd, en die daarmee ook van zijn eerste Hugo Claus-regies
legendarische gebeurtenissen had gemaakt. Dat het legendes waren wist
ik al heel vroeg, omdat een paar van die regies zich lang voor mijn
geboorte hebben afgespeeld.
Gedurende mijn leven heeft Lutz zich
ontwikkeld van legende (in de jaren zestig, als hij op tv was), via
monument van oudbakken theater (gedurende de jaren zeventig en
tachtig), tot gerespecteerd vertegenwoordiger van een tijd die niet
meer terugkomt maar die allesbepalend was voor hoe het theater er nu
bij staat.
Ik leerde hem goed kennen toen hij
jurylid was bij het Landelijk Festival Amateurtheater in De
Engelenbak. Hij toonde zich daarin een fanatiek pleitbezorger van het
amateurtheater, zonder te vervallen in het dedain dat sommige andere
oudere professionals wel eens hebben, geconfronteerd met de
strevingen van liefhebberijspelers. Het was ook tijdens dat festival
dat Lutz op de terugweg van een avond jureren werd overvallen door
een grote man die zijn geld en portefeuille roofde, maar wegvluchtte
toen Lutz over de grote hond begon die hij thuis had. Hij wist het
gebeuren vrijwel direct te brengen als een van zijn talloze
heldendaden, maar die bravoure was uiterlijke schijn. Inwendig was
Lutz gebroken. Hij durfde sindsdien nauwelijks nog alleen s'avonds
over straat, terwijl hij zo vlak om de hoek van 'zijn' schouwburg
woonde.
De erelijst met rollen en regies van
Lutz is gigantisch, en gelukkig goed gedocumenteerd door het
Theaterinstituut, dat sinds een paar jaar werk maakt van het
vastleggen van vluchtige theaterlevens. Zijn herinnering zal
voortleven. Waar ik me eigenlijk alleen echt druk om maak, is wat er
met dat dressoirtje op zolder gaat gebeuren.
|